jongen of meisje

Ieder mens heeft 22 paar gewone chromosomen en één paar bijzondere chromosomen: de geslachtschromosomen X of Y. Door de combinatie van deze geslachtschromosomen wordt bepaald of je baby een jongetje of een meisje wordt. Bestaat dit paar uit een X en een Y chromosoom, dan wordt het een jongetje. Zijn het twee X chromosomen dan wordt het een meisje. Bij de bevruchting kan de vader een X- of een Y chromosoom geven, de moeder alleen maar een X. Het is dus de vader die het geslacht bepaalt. Zelf heeft hij daar geen invloed op en de verdeling berust op puur toeval. In principe betekent dit dat er net zoveel jongens als meisjes geboren zouden moeten worden, maar het malle is dat dit niet het geval is. Per jaar worden er op de duizend meisjes ongeveer vijftig jongens meer geboren. Hoe dat komt is niet helemaal duidelijk. Een verklaring is dat dit een overblijfsel is uit de oertijd: mannen overleven – door de jacht en oorlog – iets minder goed dan vrouwen. Om het evenwicht in stand te houden worden er dus meer jongens geboren. Een andere verklaring is dat vrouwen die moeilijk zwanger kunnen worden eerder kans maken op een jongen: zaadcellen met een Y chromosoom zijn iets lichter en kunnen op die manier net iets sneller de eicel bereiken voor bevruchting. Maar wellicht spelen andere factoren een rol, denk aan de hormoonspiegels bij de ouders, de leeftijd van de ouders, voeding, infecties en stress.