fiets

Vanaf het moment dat je kind zelfstandig kan zitten – met zo’n zeven à negen maanden – kan het in een fietsstoeltje. Voor die tijd is de nek nog te kwetsbaar. Voorop de fiets: dat verandert de kijk op de wereld. Waar moet je op letten? Koop een fietszitje dat aan de Europese norm voldoet NEN-EN 14344. Het zitje moet aan de stuurpen of balhoofdbuis worden bevestigd. Let er op dat de remkabels niet in de knel komen. Kinderen tot ongeveer drie jaar kunnen in een voorzitje, daarna zijn ze vaak te zwaar om voorop vervoerd te worden. Let er altijd goed op dat de voetjes niet tussen de spaken kunnen komen. De rugleuning van het fietszitje moet zo’n 16 centimeter hoog zijn en je kind moet houvast hebben. Het fietsstoeltje moet zijn uitgerust met een drie- of vierpuntsgordel. Let erop dat jij met je voeten bij de grond kunt. Door het extra gewicht wordt de fiets minder stabiel. Een fietstocht kan voor kleine kinderen zeer vermoeiend zijn, maak in het begin daarom korte tochtjes.

Spaken
Jaarlijks belanden meer dan 4.000 kinderen op de eerste hulp nadat ze met hun voet tussen de spaken zijn gekomen. Spaakbeknelling is – na vallen – het meest voorkomende ongeval bij drie-, vier- en vijfjarigen. In 31% van de gevallen leidt spaakbeknelling tot botbreuken. Met goede spaakafscherming kun je zo’n akelig ongeluk voorkomen. Goede spaakafscherming is een scherm van hard plastic dat tussen het voetensteuntje en het wiel wordt bevestigd. Jasbeschermers voldoen niet: die zijn niet stevig genoeg en zitten niet op de juist plaats om de voeten te beschermen. Stevige fietstassen met een harde binnenkant voldoen wel. Bij de nieuwste fietszitjes maakt spaakafscherming soms deel uit van het zitje. De voetensteuntjes zitten dan met een grote plaat aan het stoeltje vast.

Gerelateerde artikelen